Spreeuwenzwerm toppunt van zelforganisatie: een lesje voor het bedrijfsleven


Foto: Walter Baxter

In de winter speelt zich elke avond in Rome een groot luchtspektakel af. Een enorme zwerm van vijf miljoen overwinterende spreeuwen zoekt een slaapplaats. Na een dag jagen op insecten in de omgeving worden ze door de warmte van de stad aangetrokken om daar de nacht door te brengen.

De zwerm wordt regelmatig aangevallen door roofvogels als slechtvalken en er speelt zich een gevecht op leven en dood af. Om in leven te blijven moet de valk een prooi vangen en wil een spreeuw juist voorkomen dat hij de klos is.

De slechtvalk is het snelste dier ter wereld en kan in een duikvlucht snelheden tot meer dan 350 kilometer per uur halen. De enige bescherming die een spreeuw heeft tegen dit geweld is de veiligheid van de zwerm.

Als een slechtvalk in een zwerm duikt, wijken de spreeuwen uiteen om zich daarna zo snel mogelijk te hergroeperen. Dat verwart de valk en maakt het moeilijk voor de roofvogel om zich te concentreren op een enkele prooi. Slaagt de valk er niet een prooi te vangen, dan zal hij het steeds opnieuw proberen en trachten de spreeuwen wederom te ontsnappen. Tijdens de ontwijkende manoeuvres neemt de zwerm telkens een andere vorm aan, wat er van een afstand uitziet als een spectaculaire luchtshow.

Scholen vissen hanteren een vergelijkbare strategie om hun belagers af te troeven. Zowel zwermen spreeuwen als scholen vissen kennen geen centrale aansturing of hiërarchische lagen, zoals wij mensen die in veel organisaties of bedrijven hanteren. Ze hebben dus geen baas of manager. Dat zou bij zulke enorme hoeveelheden dieren ook niet zinvol zijn. Stel dat een spreeuw aan de rand van een zwerm met vijf miljoen soortgenoten een slechtvalk aan ziet komen en dit aan de baas door wil geven. Voordat de opperspreeuw de boodschap heeft ontvangen, vervolgens het commando ‘we gaan met z’n allen naar links’ geeft, en iedereen het bevel heeft ontvangen, is er al lang een slachtoffer gevallen.

Zwermen en scholen werken dus niet met hiërarchische structuren, maar via zelforganisatie. In een zelforganiserende zwerm let iedereen op gevaar en op elkaar. Zodra een spreeuw een roofvogel ziet, zal hij reageren, en omdat zijn buren op hem letten, reageren zij eveneens. Ook hún buren vertonen de reactie en zo verspreidt zich dit door de hele zwerm, ook al zien de meeste spreeuwen de roofvogel zelf niet.

Een boeiende vraag is hoe de vijf miljoen dicht opeengepakte spreeuwen het complex uitziende ‘formatievliegen’ orkestreren en voorkomen dat ze op elkaar botsen. Uit onderzoek blijkt dat hier slechts een handjevol regels voor nodig is. De belangrijkste zijn: vlieg niet te dicht bij elkaar (afstoting), maak de onderlinge afstand niet te groot (samenhang) en stuur op de gemiddelde koers van de buren (uitlijning).

Uit deze simpele regels ontstaat heel complex gedrag zoals ook uit computersimulaties blijkt. Dit geldt niet alleen voor zwermen spreeuwen en scholen vissen, maar voor allerhande dierlijk gedrag. Telkens blijkt dat slechts een handvol regels van het type ‘als X doe Y’ voldoende is voor ingewikkelde gedragspatronen.

Dit doet een interessante vraag rijzen: waarom gaan zoveel (grote) organisaties en bedrijven gebukt onder regeldruk? Ook deze instanties willen overleven, maar voor de medewerkers gaat het zelden letterlijk om leven of dood. Waarom hebben spreeuwen en vissen, waarbij het wel dagelijks om hun voortbestaan gaat, aan slechts een aantal regels genoeg en hebben organisaties er honderden nodig? Kan dat werkelijk niet anders?


Foto: De natuur als uitvinder

Gepubliceerd in dagblad Trouw op 30 september 2016

Ylva Poelman alias De Bionische Vrouw
E: info@bionicacentrum.nl
T: 06 - 22 79 71 84